Plakboeken van Mata Hari

Stijn de Vries, Marwa Omari, Tim den Heijer en Ilja Gort over de plakboeken van Mata Hari uit het Fries Museum in Leeuwarden.

Stijn de Vries

Gen Z

15 oktober 1917. Het geluid van een schot. Je lijf dat als een lappenpop neervalt. Gereduceerd tot enkel een omhulsel. Weg ziel, weg licht. Weg Margaretha Geertruida Zelle, weg Mata Hari.

Het Friese meisje dat zich kon bewegen als geen ander. Dat zich kon voordoen als alles wat ze misschien niet was. Op de vlucht, weg van de gebruiken en weilanden, op zoek naar een grootser bestaan.

Klik. Op de foto. Gezien worden. Dat was fijn. Maar niet altijd, niet in de rol die je hebt gekregen, niet in het dubbelleven dat je leidde. Toch bracht het je in Berlijn, Parijs, Den Haag.

Wat zag je vlak voordat alles zwart werd? Het peloton en de donkere loop van het geweer? Misschien het bladerdak, de aarde? Waren het je eigen handen die zo vaak in het ritme van de muziek meedeinden? Je stond er vast met je blik vooruit, niet waar?

Marwa Omari

Millennial

Er is iets ontregelends aan een plakboek achter glas. Niet omdat het oud is – oud ben ik inmiddels ook, in internetjaren, ik heb Hyves namelijk nog meegemaakt – maar omdat het zo schaamteloos laat zien wat wij nu met een duim doen: een leven knippen, plakken, ordenen, en dan doen alsof het “gewoon zo gegaan is”. Alleen had zij geen story die na vierentwintig uur verdwijnt. Zij had lijm.

Ik kijk naar de Plakboeken van Mata Hari en herken de logica meteen. Het ritme van verzamelen. De drang om te bepalen wat blijft hangen. Je ziet geen chaos van een mens, maar een montage: knipsels, blikken, zinnen die haar naam groter maken dan haar adem. Het voelt als een vroege versie van een feed, alleen met lijm in plaats van pixels.

Mijn generatie is opgegroeid met het besef dat identiteit niet alleen iets is wat je bent, maar ook iets wat je maakt en dat anderen daar altijd een versie van maken die beter verkoopt. De plakboeken zijn daardoor tegelijk ontroerend en pijnlijk: ze lijken te zeggen dit is hoe ik gezien word, maar ook: dit is wat er van mij gemaakt wordt. En omdat wij weten hoe haar verhaal eindigt, krijgt elke pagina iets dossierachtigs, alsof de geschiedenis haar niet terugleest als mens, maar als bewijsstuk.

Wat ik hier vooral voel, is hoe oud het mechanisme is: bewondering die kantelt in bezit, beeldvorming die een wapen wordt, een vrouw die mythe moet worden om te mogen bestaan. En toch zit er ook verzet in zo’n plakboek. Het is een keuze. Een poging om de regie terug te pakken: dit mag blijven, dit doet ertoe, dit is mijn naam. Al is het maar op papier. Toen ik weer buiten stond, met mijn telefoon al half in mijn hand, besefte ik: wij doen hetzelfde, alleen sneller. We archiveren onszelf in de hoop dat we daardoor minder kunnen verdwijnen. De tijd verandert, de middelen veranderen, maar het mechanisme blijft.

Tim den Heijer

Gen X

Griet uit Friesland werd Mata Hari. Het past bij hoe haar generatie sprak over vrouwen als zij. Vedette in een revue, femme fatale, courtisane. Franse leenwoorden als het masker van een burlesque-danseres: bloemrijk én verbloemend. Concubines, demi-mondaines ... hun werkelijkheid was niet altijd mooi, de woorden wel. Ook nu nog klinkt een affaire met een maîtresse chiquer dan een platte scharrel. Toch is de taal veranderd. Vandaag zou Mata Hari adult entertainer heten, content creator of high class escort. De nieuwe generatie kiest Amerikaanse zakentaal. Die impliceert: zij is een professional, het is gewoon business. Franse finesse of LinkedIn-lingo: ook honderd jaar later is de vraag wié zich nu eigenlijk verschuilt achter het masker van de taal. De vrouwen zelf, of toch de mannen die hen betalen?

Ilja Gort

Babyboomer

Mata Hari (Margaretha Zelle) begreep al vroeg dat de wereld groter was dan de keurige straatjes van haar geboortestad Leeuwarden. In haar plakboeken zie je hoe ze die wereld met zichtbaar plezier binnendrong. Foto’s, knipsels en aantekeningen tonen een jonge vrouw die weinig voelde voor braafheid. Een gescheiden moeder die haar dochter moest achterlaten, maar ook een vrouw die zag dat mannen met macht uitstekend dienst konden doen als opstapje naar een groter leven. Ze kende de mannelijke zwaktes: ijdelheid en verlangen. Generaals, diplomaten en rijke industriëlen smolten voor haar uitdagende optredens en haar charme. Een exotische dans, een glimlach, en wie weet wat nog meer, en plotseling gingen deuren open waar gewone stervelingen alleen maar van konden dromen. Die plakboeken laten zien hoe ze dat deed: niet als een geheimzinnige spionne, maar als een briljant verleidster die mannen precies liet doen wat zij wilde. De huidige generatie kan daar nog steeds iets van opsteken.