Mina door Maudy Alferink

Rosalie Dielesen en Jeroen Windmeijer over Mina van Maudy Alferink in Museum MORE in Gorssel.

Rosalie Dielesen

Gen Z

Het meisje kijkt speels in de camera. Of moet ik haar een vrouw noemen? Vanaf wanneer verandert een meisje in een vrouw, en wie bepaalt dat eigenlijk? Haar blik is uitdagend en licht angstaanjagend tegelijk. Ze lijkt zich bewust van de spanning die ze oproept. Ze draagt een kort paars jurkje, maar haar blauw-roze sokken met teddyberen reiken hoog omhoog. Maken die sokken het jurkje langer, of juist kinderlijker?

De oudere generatie zou haar als jong bestempelen. Ook ik noem haar een meisje. Zo eenvoudig wordt het vaak gemaakt: vrouwen zijn jong of oud, glad of gerimpeld. Maar waar hoort iemand thuis in het vage tussengebied van botox, fillers en beloofde jeugd? Mina, zo heet ze, lijkt zich niet te laten vangen door zulke tegenstellingen. Ze is geen meisje en geen vrouw, maar iets dat ertussen beweegt.

Haar naam roept herinneringen op aan Wilhelmina Drucker: een vrouw die zich niet liet vastleggen. Ook Mina lijkt zich aan zulke vastleggingen te ontrekken. Ze laat in een oogopslag zien dat definiƫren ook een vorm van macht is.

Misschien zegt deze interpretatie meer over mij dan over haar.

Jeroen Windmeijer

Gen X

De uitvinding van de fotografie in de negentiende eeuw zorgde voor een revolutie in de kunstwereld. Ineens kon de werkelijkheid sneller en nauwkeuriger worden vastgelegd dan ooit tevoren. Wat betekende dat voor de schilderkunst? Sommigen vreesden dat dit het begin van het einde was voor deze kunstvorm, maar het tegendeel gebeurde. Juist doordat de fotografie de taak van exacte weergave overnam, werd de schilderkunst bevrijd. Kunstenaars hoefden de werkelijkheid niet langer simpelweg te kopiƫren, maar konden haar interpreteren. Zo ontstonden nieuwe wegen: het spel van licht en kleur bij de impressionisten, de gebroken vormen van het kubisme, de geladen emotie van het expressionisme.

Tegen die achtergrond krijgt dit portret een bijzondere spanning. Op het eerste gezicht lijkt het een foto. De huid, de stoffen, het licht: alles oogt scherp, tastbaar, bijna mechanisch vastgelegd. Maar wie langer kijkt, merkt dat hier geen camera aan het werk is geweest. Het beeld is geschilderd, laag voor laag opgebouwd uit verf, tijd en aandacht.

De filosoof Emmanuel Levinas spreekt over het gelaat van de Ander. Het gezicht van een ander mens confronteert ons, spreekt ons aan en roept ons tot een vorm van verantwoordelijkheid. In het gelaat van de ander ontmoeten we niet alleen een individu, maar ook een appel dat ons dwingt om werkelijk te zien. Precies dat gebeurt hier. De jonge vrouw kijkt ons recht aan. Haar blik is helder, trots en onbevreesd. Ze laat zich niet reduceren tot een beeld, zelfs niet in een schilderij dat zo overtuigend werkelijk lijkt. In haar gezicht gebeurt iets wat verder gaat dan representatie: er ontstaat een ontmoeting.

Daarin ligt de kracht van dit portret. Het beeld lijkt een foto, maar functioneert uiteindelijk als iets anders: een moment waarin de Ander zich aandient en ons uitnodigt om niet alleen te kijken, maar werkelijk te zien.