Meisje in witte kimono
Milou Deelen, Janneke Siebelink en Bart Chabot over Meisje in witte kimono van George Hendrik Breitner in Rijksmuseum Twenthe in Enschede.
Milou Deelen
Millennial
Als ik naar het kunstwerk ‘Meisje in witte kimono’ van de Nederlandse schilder Breitner kijk, zie ik een groeiende aandacht voor het model, Geesje Kwak. Dat is opvallend, omdat (vrouwelijke) modellen in de kunstgeschiedenis vaak anoniem zijn gebleven en weinig erkenning kregen. Dat vind ik een positieve ontwikkeling. Tegelijkertijd kijk ik als jonge feminist in mijn generatie ook kritischer naar dit soort kunstwerken, waarin vrouwen zijn geportretteerd door mannen. Breitner was op het moment dat hij dit werk schilderde meer dan twee keer zo oud als Geesje Kwak. Dit roept bij mij de vraag op: in hoeverre had Geesje Kwak agency, of was zij vooral object? Als is het natuurlijk niet zo zwart-wit: zowel Geesje als haar zus, die ook model stond, werden goed betaald voor hun modellenwerk. In dat opzicht waren het ‘ondernemende’ vrouwen. Dat vind ik cool. Met de blik van nu is dat anders, maar in die tijd was dat vrij uitzonderlijk.
Janneke Siebelink
Gen X
Hij wijst
Vandaag draag je wit
Je kleedt je uit je kleedt je aan
Hij schikt en plooit je
Als een pop
Je geeft je over aan de pose
Je huid tintelt van de stilte
Je ogen vallen bijna dicht
Urenlang
is zijn blik op jou gericht
Je staart naar de lijnen in je hand
Het zwart onder nagels
Je denkt verlangend terug
Klein op schoot
Je mag niet huilen nu
Graven in de aarde
De zon scheen lief en gul
Je moeder, je oma, háár moeder
Jouw kinderen, kleinkinderen, hún kinderen
Gestapeld in de tijd
Als lagen verf
Je brengt je lichaam weer tot leven
Loopt langs het doek
Je kijkt naar haar, gestold
voor altijd zestien op het linnen
Je vouwt de kimono strakker om je heen
Hij wijst
Morgen draag je blauw
Hij zegt
Dan maak ik weer een ander van jou.
Bart Chabot
Babyboomer
‘Sjors,’ zei ik tegen Breitner, ‘niet om het een of ander, maar die kimono is niet wit. Het kan aan mij liggen, hoor. Maar je hebt er allerlei gekkigheid opgeverfd. Moet je misschien toch de titel aanpassen. Niet de kimono, anders blíjf je aan de gang. Ik zeg het als vriend. Het is maar een hint, Sjors. Het is jouw doek.
Kijk,’ vervolgde ik, ‘dat je een vijfde van het doek onder de Perzische tapijten hebt gekleurd, daar hoor je me niet over. “Meisje in kimono”. Dan ben je er al.’
Ik heb wat met kimono’s. Geregeld trek ik er eentje aan.
Kimono’s die me helder voor de geest staan, zijn de twee exemplaren die de elpeehoes ‘Kimono My House’ sieren, uit 1974, van het rock-duo Sparks. En de kimono waarin mijn echtgenote Yolanda onlangs het huwelijk opluisterde van onze oudste zoon.
Een zwarte kimomo.