Kop van een vrouw (Gordina) door Vincent van Gogh
Lot Mulder, Maartje Wortel en Christien Brinkgreve over Gordina van Vincent van Gogh in Het Noordbrabants Museum.
Lot Mulder
Gen Z
In Gordina de Groot zie ik een hard-werkende vrouw. Maar heeft zij wel een eigen identiteit? Als ze voorbij zou lopen op straat zou ik mij afvragen of ze wel gelukkig zou zijn. Ze lijkt op iemand die doet wat van haar wordt gevraagd, omdat ze geen andere keuze heeft, omdat het van haar wordt verwacht. Ze lijkt in dienst te staan van de mannelijke figuren in haar leven. Haar blik roept angst en ongelukkigheid bij mij op, maar ook gebrek aan erkenning. Had ze mensen om haar heen die haar zagen als persoon en niet als rol?
Welk pad had Gordina bewandeld als zij een vrije wil had toentertijd? Misschien was ze graag naar de Universiteit gegaan, of lag haar hart bij een creatief beroep als kunstenaar, schrijver of kleermaakster. In een ideale wereld, met vrije wil, had Gordina haar grenzen kunnen bewaken en runde ze haar leven en huishouden naar eigen wil en wens.
Maartje Wortel
Millennial
Ze zeggen dat dit mijn thuis is, dat is iets dat niet vergeten mag worden; dat ik hier hoor. Zelfs als ik weg had gewild hadden ze me niet laten gaan. Soms zat ik in een stoel bij het raam en bekeek ik de weerspiegeling van mijn gezicht; donker, altijd maar donker. Ik was op zoek naar het licht. In mijn dromen was ik ergens anders, een man opent daar de deur; niet omdat hij een man is, niet omdat ik een vrouw ben, maar om te laten zien dat je door dezelfde deur zowel naar binnen als naar buiten kan. Nu zit ik vast in de kamer. Ik kijk naar de schilder, hij beantwoordt mijn blik, een peilloze diepte. Wat overblijft is wat zijn ogen hebben gezien; een donkerte waaruit ik niet kan ontsnappen.
Christien Brinkgreve
Babyboomer
Kop van een vrouw: een portret van de hand en door het oog van Vincent van Gogh, een schilder die het leven van ‘gewone mensen’ wilde tonen, niet de statieportretten, de rijkdom, de zelfgenoegzaamheid van de hogere klassen. Haar gezicht laat de hardheid zien van het Brabantse boerenbestaan, ze glimlacht niet, kijkt wat stuurs voor zich uit, doet geen poging innemend te zijn.
Hoe langer ik naar haar kijk, hoe meer ze me zegt. Ik zie een boerenvrouw, ze draagt klederdracht, tijd en milieu worden zichtbaar, maar ze heeft ook iets tijdloos. Ik zie het doorgaan, het trotseren van harde leefomstandigheden, bestaanszorgen. Ik zie de sporen van hard werk en weinig weelde. Maar ook iets trots en onverzettelijks dat vrouwen door de eeuwen heen kenmerkt: hun bronnen van kracht, hun vermogen tot overleven. Het oog van de schilder vertelt een verhaal dat verder reikt dan plaats en tijd. Haar uitdrukking blijft me bij.