Na een verschrikkelijke zeereis naar Japan, waarbij Burki een torpedering overleefde, kwam hij in kamp Fukuoka 14 terecht. Hier ontmoette hij John Krabbendam, met wie hij een grote liefde voor motoren deelde. Ze spraken avonden en soms nachten lang over hun obsessie voor deze snelheidsduivels. Voor Burki waren deze gesprekken de aanleiding om motoren te tekenen.
Hij had een schetsboekje gemaakt van een aantal vellen gebruikt stencilpapier en dat in een kartonnen kaftje gebonden. Uit het blote hoofd tekende Burki met grote precisie en oog voor detail het hele schetsboekje vol met motoren, auto's, driewielers en zijspannen. Hij gaf het schetsboekje aan Krabbendam.
Na de atoombomexplosie op Nagasaki mochten de gevangenen vanwege het stralingsgevaar bij hun vertrek niets meenemen. Toch lukte het John Krabbendam om het boekje door alle controles heen te smokkelen. Het stond meer dan veertig jaar bij hem in de kast tot hij het bij een reünie van oud-krijgsgevangenen aan Burki terug gaf. Nu is datzelfde schetsboekje overgedragen aan het Museon. Het is tijdens de expositie Achter de kawat in een speciale vitrine te bewonderen. Alle tekeningen zijn gescand en op een beeldscherm te zien.